GROW Hulp

Wie doet wat in GROW

Een korte rondleiding door de rollen, wat de tool doet en hoe een stage van begin tot eind loopt. Bedoeld om mee te lezen terwijl je zelf klikt.

De rollen

Iedereen ziet hetzelfde dossier, maar niet hetzelfde deel ervan. Dat verschil zit in de rol.

Student

De stagiair. Eigenaar van de zelfinschaling en van alles wat over de eigen stage in de tool komt.

  • De stageplaats invullen en kiezen of het logboek in GROW bijgehouden wordt of op een eigen blog.
  • De stagementor uitnodigen met een e-mailadres. De stagebegeleider kiest de student niet zelf: die wijst KdG toe.
  • Zichzelf per competentie inschalen van 0 tot 5, met een notitie per competentie en een reflectie op sterktes en werkpunten.

Niet: Van de begeleider ziet de student alleen de feedback die per competentie wordt vrijgegeven. Tijdens het eindgesprek wordt nog geen definitief cijfer toegekend. De definitieve score wordt pas na beoordeling en kalibratie vastgelegd. De resultaten van elk opleidingsonderdeel worden bekendgemaakt via e-studentservice (ESS).

Stagementor

De begeleider in het bedrijf. Bevestigt en vult aan vanuit de werkvloer.

  • De zelfinschaling van de student lezen en er per competentie een eigen notitie naast zetten.
  • Een reflectie schrijven over sterktes en werkpunten zoals het bedrijf ze ziet.
  • Een herinnering krijgen wanneer een moment open staat en de aanvulling nog ontbreekt.

Niet: De mentor schaalt niet in, geeft geen punt en leest het logboek van de student niet. Wat de begeleider noteert blijft verborgen, tenzij die het vrijgeeft.

Stagebegeleider

De stagebegeleider van KdG. Bepaalt het oordeel over de eigen studenten.

  • Per competentie een eigen niveau kiezen en een notitie schrijven die standaard binnen de school blijft.
  • Per competentie apart beslissen of die inschaling en die notitie zichtbaar worden voor student en mentor.
  • Een evaluatiemoment vastleggen (in de tool heet dat bevriezen). Wat vastligt verandert niet meer, en het volgende moment opent als kopie ervan.
  • Het punt op 20 en het eindoordeel geven, met een interne notitie die nooit buiten de school komt.

Niet: Dossiers van collegas blijven dicht, tenzij inkijk bij collega-studenten aan staat voor dat academiejaar.

Stagecoordinator

De stagecoordinator. Alles wat een begeleider kan, maar over alle stages van de eigen taalstroom (NL of EN) heen.

  • Elk dossier van het jaar openen en bijsturen, ook dat van een collega.
  • Elke student een KdG-stagebegeleider toewijzen, per stage of voor een hele groep tegelijk vanuit de lijst.
  • Academiejaren beheren: streefdata, het aantal tussentijdse momenten, inkijk bij collegas en het document met het eindoordeel.
  • De Canvas-cursus koppelen en synchroniseren, en de teksten in de tool aanpassen.
  • De startmail naar studenten en herinneringen naar mentoren sturen.
  • Accounts van studenten, mentoren en begeleiders beheren binnen de eigen taalstroom.

Niet: Iemand coordinator, waarnemer of beheerder maken, en de taalstroom van een coordinator kiezen, blijft bij de beheerder.

Opleidingswaarnemer

Kijkt mee over de hele opleiding, zonder iets te wijzigen. Bedoeld voor onder meer onderwijsondersteuning, ombuds, het opleidingshoofd en reviewers.

  • Elk dossier van het academiejaar lezen, inclusief de inschaling en het punt van de begeleider.
  • De voortgang van het hele jaar in een oogopslag volgen.

Niet: Deze rol wijzigt niets, ze leest alleen. Moet iemand in deze rol toch ingrijpen, bij een klacht, een personeelswissel of een escalatie, dan geeft de beheerder die persoon tijdelijk de rol stagecoordinator.

Beheerder

Technisch beheerder. Zorgt dat de juiste mensen de juiste rol hebben.

  • Gebruikers zoeken, een andere rol geven, een medewerker toevoegen of een account deactiveren.
  • De eigen Canvas-token ingeven waarmee GROW de cursuslijsten leest.
  • Alles wat een stagecoordinator kan.

Niet: Ook de beheerder komt niet aan de superbeheerder. Dat ene account kan niet gedeactiveerd of van rol veranderd worden, en niemand wijzigt zijn eigen rij.

Wat de tool doet

Evaluatiemomenten

Een stage bestaat uit momenten: een of meer tussentijdse en een finaal. Elk moment bewaart zijn eigen inschalingen en notities, dus je ziet later nog precies wat er halverwege stond.

Een moment vastleggen

In de tool heet dit bevriezen. Een vastgelegd moment is definitief. Het volgende opent als kopie ervan, zodat de groei zichtbaar wordt naast wat er eerder stond. Dit is wat in de vorige tool ontbrak.

Poort- en kerncompetenties

Acht competenties, verdeeld in poort en kern. De poortcompetenties moeten minstens niveau 3 halen. Blijft er een onder, dan is de stage niet geslaagd, hoe sterk de rest ook is.

Vrijgeven per competentie

De inschaling en de notitie van de begeleider blijven standaard binnen de school. De begeleider geeft ze per competentie apart vrij voor student en mentor, en ziet in het scherm wanneer er nog niets is om vrij te geven.

Logboek of blog

De student houdt een logboek bij in GROW, met foto's erbij, of linkt een eigen blog. Dat is een keuze per stage.

Canvas-koppeling

Studenten en docenten komen uit de Canvas-cursus van het academiejaar. Elke beheerder gebruikt daarvoor zijn eigen Canvas-token. Een synchronisatie maakt ontbrekende accounts en dossiers aan en neemt nooit iets weg.

Uitnodigingen

Een stagementor werkt niet bij KdG en meldt zich dus niet aan met Microsoft. Die krijgt een uitnodigingsmail met een link om zelf een wachtwoord te kiezen. Dat is de enige manier waarop zo een account ontstaat.

Zo loopt een stage van begin tot eind

  1. 01

    De coordinator zet het academiejaar klaar

    Streefdata, het aantal tussentijdse momenten en de Canvas-cursus per taal. Na een synchronisatie staat elke student in de lijst, met een leeg dossier. De coordinator wijst daarna elke student een stagebegeleider toe.

  2. 02

    De student vult de stage in

    Stageplaats, logboek of blog, en de mentor uitnodigen. De stagebegeleider staat al in het dossier: die heeft de coordinator toegewezen.

  3. 03

    De student schaalt zichzelf in

    Acht competenties van 0 tot 5, met per competentie een notitie en een reflectie op sterktes en werkpunten. Dat gebeurt op meerdere evaluatiemomenten: een of meer tussentijdse momenten om je voortgang te bespreken en bij te sturen, en een finaal evaluatiemoment aan het einde van de stage.

  4. 04

    De mentor vult aan

    Vanuit het bedrijf, naast de zelfinschaling. De mentor bevestigt of nuanceert wat de student schreef.

  5. 05

    De begeleider oordeelt en legt het moment vast

    Eigen inschaling en notities, eventueel vrijgegeven, en dan het tussentijdse moment vastleggen. Het volgende moment opent als kopie ervan.

  6. 06

    Het eindoordeel en de kalibratie

    Na het finale evaluatiemoment formuleert de begeleider een onderbouwd eindoordeel. De definitieve score op 20 wordt vastgelegd na toepassing van de beoordelingslogica en, waar voorzien, kalibratie met andere stages en stagebegeleiders. De stagecoordinator vergrendelt de evaluatie wanneer alles afgerond is.